Bij een goede dakcontrole kijkt een dakdekker niet alleen naar het dakvlak, maar vooral naar de randen en de aansluitingen. Daar begint bijna elke lekkage: bij een schoorsteen, een dakraam, een opstand of een goot. Een dakvlak dat er van onderaf prima uitziet, kan op die plekken al jaren water doorlaten.
Hieronder ziet u wat er bij een controle bekeken wordt, per soort dak. Dan weet u ook wat u mag verwachten.
Bij een hellend dak met pannen
- Pannen. Liggen ze recht, zijn er gebroken, verschoven of verweerde pannen? Een gebroken pan is op zich snel vervangen, maar laat ondertussen water door.
- Nokvorsten. De bolle pannen op de bovenkant van het dak. Die moeten vastzitten, en bij vorsten die aangesmeerd zijn mag de specie niet gescheurd of weggespoeld zijn.
- Loodslabben. Het lood dat de aansluiting rond de schoorsteen, het dakraam en de dakkapel dicht maakt. Lood dat loskomt of omhoog staat, laat water achter zich doorlopen.
- Kilgoten. De goten tussen twee dakvlakken. Daar komt veel water samen en blijft blad liggen.
- De schoorsteen zelf. Voegwerk, de afdekking bovenop en of de schoorsteen nog recht staat.
Bij een plat dak
- Naden. De overlappingen tussen de banen bitumen. Een naad die openstaat, is een directe ingang voor water.
- Blazen en scheuren. Een blaas betekent dat er lucht of vocht onder de bedekking zit. Scheuren ontstaan vooral waar het dak beweegt.
- Plassen. Blijft er na een bui water staan, dan klopt het afschot niet meer.
- Opstanden en daktrim. De randen waar het dak tegen een muur aankomt of over de rand gaat.
- Afvoeren en noodoverloop. Die moeten vrij zijn. Een verstopte afvoer op een plat dak is binnen een bui een probleem.
De goten
Bij elke controle horen ook de goten: leeg of vol, loopt het water weg, zijn er naden die lekken, hangt de goot nog recht. Een goot die niet goed afloopt, gaat sneller kapot en laat water langs de gevel lopen.
Op zolder
Van binnen ziet u vaak meer dan van buiten. Op zolder wordt gekeken naar:
- Natte plekken of vochtkringen op het dakbeschot of de panlatten.
- Licht dat tussen de pannen door komt, op plekken waar dat niet hoort.
- Schimmel of zwarte plekken, een teken van vocht of te weinig ventilatie.
- Schade aan de folie onder de pannen.
Wanneer u een controle laat doen
Eens per jaar is een goede gewoonte, het liefst in het najaar voor de winter. Na een flinke storm loont een extra blik, ook als u binnen niets merkt: een verschoven pan laat het eerst water door bij de volgende bui uit dezelfde hoek.
Een goede controle eindigt met foto's van wat er gezien is en een duidelijk verhaal: wat is in orde, wat moet binnenkort, en wat kan nog jaren wachten. Moet er iets gebeuren, dan hoort u eerst wat het kost. U kunt dat ook alvast uitrekenen in de kostenwijzer.